Onlangs heb ik gesproken met Marieke (62 jaar). Zij wordt begeleid door het mobiliteitscentrum van de Kamer van Koophandel in het zoeken naar ander werk. Uit ons gesprek blijkt dat ze eigenlijk graag iets heel anders wil dan een andere baan 

Ze zou graag meer vrijwilligerswerk willen doen bij de gemeenschappelijke moestuin in haar buurt. Ze is ook al gevraagd voor een bestuursfunctie. Daar zou ze graag tijd voor hebben.

Marieke ziet ook mogelijkheden voor nog meer vrijwilligerswerk in haar omgeving. Ze zou graag op deze wijze een maatschappelijke bijdrage leveren.  

Marieke is alleenstaand en heeft een bescheiden spaarpot. De Kamer van Koophandel biedt haar een vertrekstimuleringsregeling. Daarmee krijgt ze een budget waarmee ze met verlof kan. Hoe langer het verlof, hoe kleiner het budget per maand wordt. Langer in dienst blijven, betekent langer pensioen opbouwen, maar ook een lager inkomen per maand gedurende het verlof. Welke keuze is voor de Marieke het meest passend? 

Als Marieke geen betaald werk meer heeft, heeft ze wel inkomen nodig. Ik stel voor om haar pensioen in te zetten als haar verlof en daarmee haar dienstverband bij de Kamer van Koophandel stopt.  

Marieke vreest dat haar inkomen te laag zal zijn. Ik ga het haar laten zien. Stel, ze neemt haar vertrekstimuleringspremie in twee jaar op en daarna neemt ze haar pensioen drie jaar eerder op, vanaf 64 jaar. Een partner heeft Marieke niet, dus door af te zien van partnerpensioen kunnen we haar ouderdomspensioen verhogen. Die mogelijkheid kende Marieke niet. We zorgen ook dat haar inkomen vanaf het moment dat ze uit dienst gaat niet meer schommelt. Dat doen we door tot haar AOW leeftijd meer pensioen op te nemen.  

Marieke overweegt om de vertrekstimuleringspremie over een langere periode van drie jaar uit te laten keren. Dan kan ze een jaar langer pensioen opbouwen. 

We rekenen beide situaties voor Marieke uit. Zij heeft intussen uitgerekend hoeveel ze nodig heeft om rond te komen. Als Marieke haar pensioen uitstelt door 3 jaar verlof op te nemen, heeft ze vanaf het moment dat ze met pensioen gaat wel een iets hoger inkomen. Het inkomen tijdens het verlof is echter een stuk lager.  

Als Marieke haar verlofpremie in twee jaar opneemt, heeft ze na haar pensioen een iets lager inkomen, maar haar inkomen blijft veel gelijkmatiger. Dat past haar. De uitkomst valt Marieke mee. Het is genoeg om van rond te komen en voor grotere onverwachte uitgaven heeft ze haar spaargeld achter de hand. 

Marieke is blij dat ze zich kan gaan richten op wat ze het liefste gaat doen, haar vrijwilligerswerk. Om haar inkomsten hoeft ze zich geen zorgen te maken.

Marieke heeft een afgewogen keuze maken door het financiële inzicht dat ik, consultant bij Comminz, heb gegeven op basis van haar wensen en de mogelijkheden die de Kamer van Koophandel biedt. Ze heeft door de gesprekken die Comminz met haar heeft gevoerd meer grip op de toekomst. 

Ervaring van Liesbeth Tesser, consultant Comminz

© 2020 - Alle rechten voorbehouden - Comminz, Helder over later

Website laten maken? SiteToGo.nl