Eerder stoppen of wachten op premiecompensatie: wat is nu écht de beste keuze?

Voor veel mensen komt er een moment waarop pensioen geen ver-van-je-bed-onderwerp meer is. Er ligt een datum in je hoofd, misschien al jaren. Eerder stoppen lijkt heerlijk. En dan komt het nieuwe pensioenstelsel in beeld. Ineens duikt de vraag op: moet ik nog even wachten, anders loop ik misschien premiecompensatie mis?

Die twijfel zien we steeds vaker. Mensen schuiven hun plannen vooruit, niet omdat ze dat willen, maar omdat ze bang zijn geld te laten liggen. Om een goede keuze te kunnen maken is het belangrijk om te begrijpen waar die compensatie eigenlijk over gaat.

Bij de overgang naar het nieuwe stelsel worden bestaande pensioenen omgezet in persoonlijke pensioenvermogens. Dat heet invaren. Pensioenfondsen gebruiken hun financiële buffers daarbij onder andere voor verplichtingen, reserves en voor compensatie van groepen deelnemers. Tegelijkertijd verdwijnt de doorsneepremie. Jongeren en ouderen betalen nu hetzelfde percentage, waardoor jongeren feitelijk teveel premie betalen voor hun pensioenopbouw omdat ze financieel bijdragen aan de pensioenopbouw van oudere deelnemers.

Straks krijgt iedereen een leeftijdsonafhankelijke premie in een eigen pensioenpot. Jongeren krijgen op de korte termijn hiermee meer pensioenopbouw, immers zij hoeven geen premies af te dragen voor de pensioenopbouw van ouderen.

Oudere medewerkers bouwen daardoor minder op en krijgen op het moment van invaren vaak een compensatie. Dat gebeurt wanneer iemand op dat moment nog actief pensioen opbouwt.

Daar komt de vraag vandaan: moet ik dan maar blijven werken tot dat moment?

Wie eerder stopt, bouwt niet meer op en kan inderdaad bepaalde compensatie mislopen. Tegelijkertijd geldt dat je dan ook geen nadeel meer ondervindt dat gecompenseerd zou moeten worden. De vraag is dus vooral: wat levert wachten concreet op en is dat het waard voor jou?

Duidelijk rekenvoorbeeld. Stel dat een medewerker:
• 64 jaar is
• op 65 jaar wil stoppen
• een AOW-leeftijd heeft van ruim 67 jaar
• bij een pensioenfonds zit dat in 2027 overstapt

Als deze medewerker besluit om 8 maanden langer door te werken zodat hij bij de overgang nog actief deelnemer is, krijgt hij een premiecompensatie die wordt bijgeschreven in zijn pensioenpot.

In dit soort situaties zien we regelmatig compensaties tussen ongeveer 15.000 en 20.000 euro aan extra pensioenkapitaal. Dat klinkt als een fors bedrag. Maar dit kapitaal wordt vervolgens uitgesmeerd over de rest van het leven.

Reken je het terug, dan kom je vaak uit op ongeveer 800 tot 900 euro bruto per jaar extra pensioen; uiteindelijk ongeveer 25 tot 35 euro netto per maand.

De nuchtere vraag wordt dan ineens heel concreet: is het voor jou de moeite waard om bijna een jaar langer door te werken voor ongeveer 30 euro netto per maand extra pensioen?

Daar bestaat geen standaardantwoord op. Voor de een voelt het prettig om financieel het maximale eruit te halen. Voor de ander weegt gezondheid, werkdruk of meer tijd met partner en kleinkinderen veel zwaarder. Daarbij komt nog dat deze premiecompensatie soms wordt verrekend met de invaarbonus, waardoor het uiteindelijke voordeel lager kan uitvallen dan verwacht.

De kern is daarom minder technisch dan het lijkt. Het gaat niet om regels op papier, maar om leven in de praktijk. Wat past bij iemands energie, thuissituatie en plannen voor later?

Wat altijd helpt is helder zicht op de cijfers. Niet gokken, maar weten:
• wat eerder stoppen netto betekent
• wat langer doorwerken oplevert
• hoe premiecompensatie in de eigen situatie werkt
• welke keuzes er zijn voor partner en nabestaanden

Dat gesprek voeren wij bij Comminz elke dag. Rustig, menselijk en zonder druk. Zodat een pensioenkeuze geen sprong in het diepe is, maar een besluit dat klopt voor nu en voor later.

Laatste nieuws


Stel uw vraag aan Comminz


Wilt u weten of wij iets voor u kunnen betekenen? Bel ons op 088 – 43 533 33 of maak gebruik van ons contactformulier.