Onafhankelijk Financieel Inzicht & Pensioenbegeleiding

Meer weten? 088 – 43 533 33 | info@comminz.nl

Onafhankelijk financieel inzicht & pensioenbegeleiding | 088 – 43 533 33 | info@comminz.nl

Wat moet de werkgever betalen bij pensioen?

Paul Smid ·
Werkgever bekijkt pensioendocument aan modern Nederlands bureau met euromunten en kalender in warm kantoorlicht.

De werkgever is in Nederland verplicht om pensioenpremie te betalen als er een pensioenregeling van toepassing is, via een bedrijfstakpensioenfonds of een eigen regeling. Hoe hoog die bijdrage is, hangt af van de geldende regeling en de afspraken binnen de sector of organisatie. In dit artikel beantwoorden we de meest gestelde vragen over de pensioenverplichting van de werkgever, zodat HR-professionals direct weten waar ze aan toe zijn.

Hoeveel pensioenpremie is de werkgever verplicht te betalen?

Er is geen wettelijk vastgelegd minimumpercentage voor de werkgeversbijdrage aan pensioen. De hoogte van de premie wordt bepaald door de pensioenregeling die van toepassing is, via een bedrijfstakpensioenfonds, een ondernemingspensioenfonds of een verzekerde regeling. In de meeste regelingen betaalt de werkgever minimaal de helft van de totale premie, maar in de praktijk is het werkgeversaandeel vaak groter.

Binnen sectoren met een verplicht gesteld bedrijfstakpensioenfonds gelden de premieafspraken uit de CAO. Werkgevers die onder zo’n fonds vallen, zijn gebonden aan de vastgestelde premieverdeling en kunnen hier niet zelfstandig van afwijken. Voor organisaties zonder verplicht fonds geldt meer vrijheid, maar ook dan geldt dat de regeling aan de wettelijke minimumvereisten moet voldoen.

Wat in 2026 steeds relevanter wordt voor HR, is dat de Wet toekomst pensioenen (Wtp) de overgang naar een premieregeling verplicht stelt. Dat betekent dat de premie voortaan centraal staat in plaats van een gegarandeerde uitkering. Dit vraagt om heldere pensioencommunicatie richting medewerkers, zodat zij begrijpen wat de nieuwe opbouw voor hen betekent.

Wat is het verschil tussen werkgevers- en werknemersbijdrage?

De totale pensioenpremie bestaat uit twee delen: de werkgeversbijdrage en de werknemersbijdrage. De werkgever draagt een vast deel af aan het pensioenfonds of de pensioenverzekeraar, en de werknemer betaalt het resterende deel, dat doorgaans op het salaris wordt ingehouden. De verhouding tussen beide bijdragen is vastgelegd in de pensioenregeling of CAO.

In de meeste regelingen geldt dat de werkgever een groter deel betaalt dan de werknemer. Een verdeling van twee derde werkgever en een derde werknemer is gangbaar, maar dit verschilt per sector en organisatie. Werknemers zien hun bijdrage terug op de loonstrook als aftrekpost, wat het netto-effect op het salaris beperkt.

Voor HR is het belangrijk dat medewerkers begrijpen wat hun eigen bijdrage inhoudt en welk pensioen zij daarvoor opbouwen. Gebrek aan inzicht leidt vaak tot verkeerde verwachtingen, zeker nu de overgang naar premieovereenkomsten meer eigen verantwoordelijkheid bij de medewerker legt.

Heeft u vragen over pensioen?

Neem gerust contact op voor een vrijblijvend gesprek met onze specialisten.

Neem contact op

Welke pensioenregelingen kan een werkgever aanbieden?

Een werkgever kan kiezen uit verschillende vormen van pensioenregelingen, afhankelijk van de sector en de situatie van de organisatie. De drie meest voorkomende vormen zijn:

  • Premieovereenkomst: De werkgever betaalt een vaste premie. De uiteindelijke uitkering hangt af van de beleggingsresultaten. Dit is de standaard geworden onder de Wet toekomst pensioenen.
  • Uitkeringsovereenkomst: De medewerker heeft recht op een vooraf bepaalde pensioenuitkering. Deze vorm wordt steeds minder aangeboden en loopt uit onder de Wtp.
  • Kapitaalovereenkomst: Er wordt gespaard voor een bepaald kapitaal op pensioendatum. Ook deze vorm verdwijnt grotendeels onder de nieuwe wetgeving.

Werkgevers die niet verplicht zijn aangesloten bij een bedrijfstakpensioenfonds, kunnen zelf een regeling afsluiten bij een verzekeraar of een ondernemingspensioenfonds oprichten. Hierbij geldt dat de regeling fiscaal moet voldoen aan de wettelijke kaders.

Wat gebeurt er als een werkgever geen pensioenregeling aanbiedt?

Als een werkgever geen pensioenregeling aanbiedt en hier ook niet wettelijk toe verplicht is, bouwt de medewerker via de werkgever geen aanvullend pensioen op. De medewerker ontvangt op termijn wel AOW, maar dat is doorgaans onvoldoende om het gewenste inkomensniveau na pensionering te halen.

Werkgevers in sectoren met een verplicht gesteld bedrijfstakpensioenfonds zijn wél verplicht zich aan te sluiten. Doen zij dit niet, dan kan het pensioenfonds met terugwerkende kracht premies opeisen, inclusief rente en boetes. Dit kan financieel ingrijpend zijn voor de organisatie.

Voor sectoren zonder verplichtstelling geldt dat er geen directe wettelijke sanctie staat op het ontbreken van een pensioenregeling, maar het kan wel arbeidsrechtelijke gevolgen hebben als medewerkers op basis van gewoonterecht of hun arbeidscontract recht hebben op pensioenopbouw. HR-professionals doen er goed aan dit juridisch goed te laten beoordelen.

Hoe beïnvloedt deeltijdwerk de pensioenbijdrage van de werkgever?

Bij deeltijdwerk wordt de pensioenpremie berekend op basis van het deeltijdsalaris. Een medewerker die vier dagen per week werkt, bouwt pensioen op over het salaris dat overeenkomt met die vier dagen. Zowel de werkgevers- als de werknemersbijdrage worden naar rato berekend.

Dat betekent dat deeltijdwerkers minder pensioen opbouwen dan voltijdwerkers, simpelweg omdat de premiegrondslag lager is. Dit is een punt dat HR-professionals actief kunnen bespreken met medewerkers die overwegen minder te gaan werken. De financiële gevolgen voor het pensioen zijn op de lange termijn merkbaar, zeker als de deeltijdsituatie jarenlang aanhoudt.

Het is ook goed om te weten dat het opnemen van deeltijdpensioen een eigen keuze is van de medewerker, mits de regels van het pensioenfonds dat toestaan. De werkgever gaat hier niet over en dit is doorgaans ook niet vastgelegd in CAO-afspraken. Medewerkers die hierover nadenken, hebben baat bij helder pensioeninzicht om de financiële consequenties goed te kunnen inschatten.

Wanneer is het zinvol om de pensioenregeling opnieuw te beoordelen?

Het is zinvol om de pensioenregeling opnieuw te beoordelen bij ingrijpende wijzigingen in de organisatie, wet- en regelgeving of de arbeidsmarkt. In 2026 is de overgang naar de Wet toekomst pensioenen voor veel organisaties al een feit of nadert die snel. Dit is een logisch moment om de regeling tegen het licht te houden.

Concrete momenten waarop een herbeoordeling voor de hand ligt:

  1. Overgang naar de Wet toekomst pensioenen: De transitie verplicht tot een nieuw pensioencontract en biedt ruimte om de regeling opnieuw in te richten.
  2. Groei of krimp van de organisatie: Bij fusies, overnames of reorganisaties verandert de samenstelling van het personeelsbestand, wat gevolgen heeft voor de pensioenregeling.
  3. Veranderingen in de CAO: Als de sector nieuwe afspraken maakt over premies of opbouw, moet de regeling daarop worden aangepast.
  4. Vergrijzing van het personeelsbestand: Als meer medewerkers de pensioenleeftijd naderen, neemt de behoefte aan duidelijke pensioenuitleg en pensioenbegeleiding toe.
  5. Mobiliteitsbeleid en uitstroom: Wanneer medewerkers begeleid worden richting uitstroom of vroegere uitdiensttreding, is inzicht in de pensioenopbouw een cruciaal onderdeel van het gesprek.

Een periodieke beoordeling helpt HR om proactief te handelen en medewerkers tijdig te voorzien van de juiste pensioenvoorlichting.

Hoe wij HR-professionals ondersteunen bij pensioeninzicht voor medewerkers

Veel medewerkers weten onvoldoende wat hun pensioenregeling voor hen betekent in de praktijk. Dat leidt tot onzekerheid, verkeerde verwachtingen en soms onnodige stress. Wij bieden HR-professionals een concrete oplossing: persoonlijke, vertrouwelijke gesprekken met medewerkers waarin financieel inzicht centraal staat, zonder verkooppraatjes en zonder commerciële bijbedoelingen.

Wat wij doen voor uw organisatie:

  • Individuele gesprekken met medewerkers over hun financiële situatie en pensioenopbouw, in begrijpelijke taal
  • Heldere pensioenuitleg afgestemd op de specifieke context van uw organisatie en pensioenregeling
  • Ondersteuning bij keuzes rondom deeltijdwerk, eerder stoppen of doorwerken, zodat medewerkers weten wat de financiële gevolgen zijn
  • Afspraken fysiek of via videocall, met een vaste adviseur per medewerker voor vertrouwde begeleiding
  • Volledig onafhankelijk: wij verkopen geen producten en geven geen financieel advies, alleen inzicht

HR neemt de regie, wij nemen de uitvoering op ons. Wilt u weten hoe wij uw medewerkers kunnen helpen met helder pensioeninzicht? Neem contact met ons op en bespreek de mogelijkheden voor uw organisatie.

Veelgestelde vragen

Kan een werkgever de pensioenbijdrage eenzijdig verlagen of stopzetten?

Nee, een werkgever kan de pensioenbijdrage niet zomaar eenzijdig verlagen of stopzetten. De pensioenregeling maakt deel uit van de arbeidsvoorwaarden en wijzigingen vereisen instemming van de ondernemingsraad en in veel gevallen ook van de individuele medewerkers. Bij een verplicht gesteld bedrijfstakpensioenfonds is de werkgever bovendien volledig gebonden aan de vastgestelde premieafspraken en heeft hij hier geen vrijheid in.

Wat moet ik als HR-professional regelen als er een nieuwe medewerker in dienst treedt?

Bij indiensttreding dient de nieuwe medewerker zo snel mogelijk te worden aangemeld bij het geldende pensioenfonds of de pensioenverzekeraar, vaak binnen 30 dagen. Zorg er ook voor dat de medewerker schriftelijk geïnformeerd wordt over de pensioenregeling, inclusief de hoogte van de bijdragen en de opbouw. Dit is niet alleen een wettelijke verplichting vanuit de Pensioenwet, maar ook een belangrijk onderdeel van een goed onboardingproces.

Wat zijn de gevolgen voor de pensioenbijdrage als een medewerker langdurig ziek is?

Bij langdurige ziekte blijft de pensioenopbouw in de meeste regelingen gewoon doorlopen, ook al ontvangt de medewerker geen volledig salaris meer. De werkgever is doorgaans verplicht de pensioenpremie door te betalen op basis van het oorspronkelijke salaris, afhankelijk van wat hierover in de pensioenregeling of CAO is vastgelegd. Het is verstandig dit tijdig te controleren en de medewerker hierover te informeren, zodat er geen onduidelijkheid ontstaat over de pensioenopbouw tijdens het ziekteverzuim.

Hoe communiceer ik als HR de overgang naar de Wet toekomst pensioenen begrijpelijk naar medewerkers?

De sleutel tot goede communicatie over de Wtp-transitie is het vertalen van abstracte regelgeving naar persoonlijke, concrete gevolgen voor de individuele medewerker. Vermijd jargon en richt u op vragen die medewerkers zichzelf stellen: ‘Wat betekent dit voor mijn pensioen?’ en ‘Ga ik er op vooruit of achteruit?’ Overweeg individuele gesprekken of informatiesessies in te plannen, eventueel ondersteund door een onafhankelijke partij, zodat medewerkers hun situatie echt begrijpen en niet alleen een folder ontvangen.

Wat als een medewerker zelf extra pensioen wil opbouwen bovenop de werkgeversregeling?

Medewerkers die extra pensioen willen opbouwen, kunnen gebruikmaken van fiscaal gefaciliteerde mogelijkheden zoals lijfrente of banksparen, of — indien de pensioenregeling dit toestaat — vrijwillig extra storten in het pensioenfonds. Als HR-professional kunt u medewerkers hierop attenderen, maar het is belangrijk te benadrukken dat dit een persoonlijke financiële keuze is waarvoor zij onafhankelijk advies kunnen inwinnen. Inzicht in de huidige pensioenopbouw is hierbij de eerste stap, zodat medewerkers weten of en hoeveel aanvulling zij nodig hebben.

Zijn zzp'ers of flexwerkers ook gedekt onder de pensioenregeling van de werkgever?

Zzp’ers vallen in principe niet onder de pensioenregeling van een opdrachtgever en zijn zelf verantwoordelijk voor hun pensioenopbouw. Voor flexwerkers, zoals oproepkrachten of uitzendkrachten, gelden specifieke regels: zij hebben vaak pas recht op pensioenopbouw na een bepaalde wachttijd, die per regeling verschilt maar wettelijk maximaal twee maanden mag zijn. HR-professionals doen er goed aan de pensioenrechten van flexibele arbeidskrachten expliciet te controleren, omdat hier in de praktijk regelmatig fouten worden gemaakt die later tot naheffingen kunnen leiden.

Hoe ga ik om met medewerkers die de pensioenleeftijd naderen maar nog niet willen stoppen met werken?

Doorwerken na de AOW-gerechtigde leeftijd is mogelijk en steeds gebruikelijker, maar heeft specifieke gevolgen voor de pensioenopbouw en de premieverdeling. In veel regelingen stopt de actieve pensioenopbouw op de pensioenrichtleeftijd, maar de medewerker kan er soms voor kiezen het pensioen uit te stellen voor een hogere uitkering later. Voer als HR tijdig het gesprek met deze medewerkers, bij voorkeur met ondersteuning van een onafhankelijke partij die hen helpt de financiële consequenties van doorwerken, eerder stoppen of deeltijdpensioen helder in kaart te brengen.

Deze inhoud is gegenereerd met behulp van AI en kan fouten bevatten.

Ga naar de bovenkant