ANW

Afkorting voor de Algemene Nabestaandenwet. Dit is een volksverzekering, waarbij op het moment dat de verzekerde overlijdt, de nabestaande een maandelijkse uitkering krijgt. In principe loopt deze uitkering totdat de partner AOW gerechtigd is. Niet iedere partner komt in aanmerking voor een uitkering, of ontvangt een volledige ANW uitkering (voor meer info zie www.svb.nl).

AFM

Autoriteit Financiële Markten. De AFM controleert ondernemingen die actief zijn in sparen, lenen, beleggen, pensioenen en verzekeren. De AFM let op het gedrag van die financiële ondernemingen. Bijvoorbeeld of ze je goed behandelen.

AOW

Afkorting voor de Algemene Ouderdomswet. Dit is een volksverzekering, die geldt voor alle ingezetenen van Nederland en voor degenen die in dienst zijn van een Nederlandse werkgever. De ingang van de uitkering is afhankelijk van de geboortedatum.  Op de site van www.svb.nl  kunt u uitrekenen wanneer dit is. De hoogte van de uitkering is afhankelijk van de woonsituatie en het aantal jaren dat de verzekerde in Nederland woont.

Arbeidsongeschiktheidspensioen

Pensioen dat uitgekeerd wordt als je arbeidsongeschikt wordt. Voor werknemers is er de WIA. In sommige pensioenregelingen is er een aanvulling op de WIA-uitkering. Dit pensioen eindigt uiterlijk op de pensioenleeftijd.

Bedrijfstakpensioenfonds

Een pensioenfonds dat werkzaam is in één of meer bedrijfstakken. Meestal is in de bedrijfstak deelname aan het bedrijfstakpensioenfonds verplicht gesteld. In principe zijn de pensioenen van alle werknemers en soms ook van zelfstandigen uit die bedrijfstakken ondergebracht bij dit bedrijfstakpensioenfonds.

Beleggingsbeleid

Een pensioenfonds belegt de betaalde pensioenpremies zo zorgvuldig mogelijk om er voor te zorgen dat de pensioentoezeggingen kunnen worden nagekomen. Een pensioenfonds probeert aan de ene kant zoveel mogelijk rendement te halen en aan de andere kant risico’s zoveel mogelijk uit te sluiten. Een belangrijk onderdeel van het beleggingsbeleid is het verdelen van het vermogen over de verschillende beleggingscategorieën, bijvoorbeeld 30% in aandelen en 70% in obligaties.

Beroepspensioenfonds

Pensioenfonds voor beoefenaren van een bepaald beroep, zoals fysiotherapeuten of huisartsen. Als er een beroepspensioenfonds is, zijn alle beroepsgenoten verplicht om zich erbij aan te sluiten.

Beschikbare premieregeling

Pensioenregeling waarin de hoogte van de pensioenen afhankelijk is van de door de werkgever beschikbaar gestelde premie en de daarmee te behalen beleggingsopbrengsten.

Bijsparen

De mogelijkheid om vrijwillig extra geld te storten in de pensioenregeling. Het partnerpensioen waarop de ex-partner na scheiding recht kan hebben. De ex-partner ontvangt van de pensioenuitvoerder een bewijs van deze aanspraak.

 

Cafetariasysteem

Pensioensysteem waarbij je diverse keuzes hebt in pensioenvormen en pensioenhoogtes. Je kunt bijvoorbeeld op voorhand kiezen voor een hoger nabestaandenpensioen of een hoger arbeidsongeschiktheidspensioen.

Combinatieregeling

In een combinatieregeling is er een mix van meerdere pensioensystemen. Tot een bepaald salarisniveau bouw je pensioen op volgens een eindloon- of middelloonsysteem en daarboven geldt een beschikbarepremieregeling. Ook zijn er combinatieregelingen waarin je over de hele pensioengrondslag deels opbouwt volgens een eindloon- of middelloonsysteem en deels volgens een beschikbarepremieregeling.

Deelnemingsjaren

Het aantal jaren dat je meedoet aan een pensioenregeling en dus pensioen opbouwt. Worden ook wel dienstjaren genoemd. Deelnemingsjaren kunnen onder bepaalde voorwaarden ook later worden ingekocht.

DNB

De Nederlandsche Bank, toezichthouder op pensioenfondsen

Eindloonregeling

Pensioenregeling waarin de hoogte van je pensioen is afgeleid van het salaris dat je direct voorafgaand aan de pensioendatum verdient. Bij iedere salarisverhoging wordt het pensioen dat je al hebt opgebouwd aangepast aan het nieuwe salarisniveau.

Excedentregeling

Een aanvullende pensioenregeling waarmee pensioen opgebouwd kan worden boven het salarismaximum dat in de gewone pensioenregeling geldt.

Factor A

De factor die aangeeft wat de pensioenaangroei is geweest in een bepaald jaar. Je pensioenuitvoerder moet je jaarlijks een opgave verstrekken van de factor A. Je hebt de factor A nodig om je jaarruimte te kunnen berekenen.

Franchise

Een drempelbedrag waarover geen pensioenopbouw plaatsvindt. Dit drempelbedrag is veelal afgeleid van de AOW, het minimumloon of is een vast bedrag.

Hoog- laag constructie

Constructie, waarbij je kunt kiezen voor een hogere uitkering in de eerste jaren van je pensioen en daarna een lagere, of omgekeerd. Een variatie tussen de hoogste en de laagste uitkering van maximaal 100:75 is toegestaan. Je hoeft je niet aan die grens te houden als je je pensioen eerder in laat gaan en in de periode tot de AOW gerechtigde leeftijd wil voorzien in een AOW-overbrugging.

Indexering

Verhoging van het pensioen naar aanleiding van prijsstijging of loonontwikkeling. Geldt voor opgebouwde pensioen van deelnemers in een middelloonregeling, het opgebouwde pensioen van slapers en het ingegane pensioen van gepensioneerden. Men noemt dit ook wel toeslag. Indexering is nagenoeg altijd voorwaardelijk. Dat betekent dat er niet of minder geïndexeerd wordt als er niet voldoende geld is.

Jaarruimte

De mogelijkheid die je kunt hebben om een bedrag dat je stort voor een lijfrenteverzekering een lijfrentespaarrekening of een lijfrentebeleggingsrekening voor de belasting van je inkomen af te trekken, omdat je in dat jaar te weinig pensioen hebt opgebouwd.

Lijfrente

Aanspraak op een reeks vaste periodieke uitkeringen, die uiterlijk bij overlijden eindigt. Te vergelijken met een uitkering uit een pensioenregeling. De aanspraak is afhankelijk van het leven van één of meerdere personen.

Middelloonregeling

Pensioenregeling waarin het pensioen is gebaseerd op het gemiddeld verdiende salaris (het middelloon). Ieder jaar bouw je pensioen op over het dan geldende salaris (minus de geldende franchise).

Nabestaandenpensioen

Verzamelnaam voor weduwen-, weduwnaars- en partnerpensioen. Dit is pensioen dat wordt uitgekeerd aan een weduwe, weduwnaar of ongehuwde partner van de overleden deelnemer aan een pensioenregeling.

Omkeerregel

Normaal wordt alles wat je uit je dienstverband krijgt belast. Bij pensioen is dat anders. Niet de pensioenpremies behoren tot het fiscaal belastbare loon, maar de pensioenuitkeringen. Dit betekent dat niet de pensioenaanspraak wordt belast, maar de te zijner tijd te ontvangen pensioenuitkering.

Omslagstelsel

Financieringsvorm waarbij de werkenden premies betalen, waarmee op hetzelfde moment uitkeringen aan pensioengerechtigden worden betaald. In Nederland wordt het omslagstelsel onder meer toegepast voor de financiering van de AOW en de VUT-regeling. De Pensioenwet staat het omslagstelsel voor pensioenaanspraken niet toe.

Opbouwpercentage

Het percentage van de pensioengrondslag waarmee het jaarlijks op te bouwen pensioen wordt berekend.

Ouderdomspensioen

Uitkering nadat iemand de in de pensioenregeling omschreven pensioenleeftijd heeft bereikt. Deze uitkering is levenslang en wordt maandelijks uitgekeerd.

Overbruggingspensioen

Een pensioensoort die in 2006 is komen te vervallen (behalve voor oudere werknemers). Als in de pensioenregeling de pensioendatum lag voor de leeftijd van 65 jaar, dan was er meestal bovenop het ouderdomspensioen ook een overbruggingspensioen om het gemis aan AOW op te vangen.

Partnerpensioen

Zie nabestaandenpensioen.

Pensioen

Verzamelnaam voor uitkeringen in geval van ouderdom, overlijden of arbeidsongeschiktheid. De opbouw van pensioen vindt in principe plaats tijdens de periode dat iemand in dienst is van een werkgever.

Pensioenbreuk

Pensioennadeel dat kan ontstaan als je van werkkring verandert, en daardoor van pensioenregeling. Het al opgebouwde pensioen bij je oude werkgever wordt dan soms niet volledig aangepast aan de prijs- of loonontwikkeling. Dat betekent verlies van koopkracht.  Bij een eindloonregeling kan het nadeel ook ontstaan als je in je nieuwe baan carrière maakt en meer gaat verdienen. De backservice krijg je alleen over het pensioen dat bij de nieuwe werkgever is opgebouwd en niet over de ‘oude’ pensioenrechten. Een oplossing hiervoor kan zijn dat je je opgebouwde pensioenaanspraken meenemen naar je nieuwe pensioenuitvoerder. Dat heet waardeoverdracht.

Pensioenbrief

Schriftelijke overeenkomst tussen een werkgever en een werknemer, waarin met de werknemer een individuele pensioenovereenkomst wordt gesloten.

Pensioenfonds

Een fonds waarin geld bij elkaar wordt gebracht met als doel het veiligstellen van de pensioentoezegging van de werkgever. Een pensioenfonds zorgt voor het uitvoeren van de pensioenregeling van de werkgever. Pensioenfondsen staan onder toezicht van de De Nederlansche Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM).

Pensioengevend salaris

Onder pensioengevend salaris wordt verstaan die salariselementen in de totale beloning van een deelnemer die als uitgangspunt dienen voor het vaststellen van de pensioenaanspraken.

Pensioengrondslag

Dat gedeelte van het pensioengevend salaris dat de grondslag vormt voor het berekenen van het op te bouwen pensioen.

Pensioenpremie

Premie die betaald moet worden om de pensioenregeling te financieren. Meestal betalen werkgever en werknemer beiden een deel van de premie.

Pensioenreglement

Het pensioenreglement is een verzameling van regels, waarin de pensioenregeling is beschreven. Hierin staat niet alleen vermeld hoe het pensioen wordt berekend, en welke premie er betaald moet worden, maar ook bijvoorbeeld wat er is geregeld bij arbeidsongeschiktheid of uit dienst treden. Het pensioenreglement is de juridische basis voor de pensioentoezegging en bevat de rechten en plichten van deelnemers, ex-deelnemers en gepensioneerden.

Premievrije pensioenaanspraak

Als je niet meer meedoet aan de pensioenregeling, behoud je recht op het pensioen dat je al hebt opgebouwd. Daar hoef je geen premie meer voor te betalen. Vandaar de term premievrije aanspraak. Als in de pensioenregeling de ingegane pensioenen worden geïndexeerd, worden ook de premievrije aanspraken van de gewezen deelnemers geïndexeerd.

Prépensioen

Oude pensioenvorm die nu niet meer mogelijk is, maar wel nog kan gelden voor oudere werknemers. Het is een tijdelijk ouderdomspensioen dat voorafgaand aan het levenslange ouderdomspensioen wordt uitgekeerd. Het was bedoeld als vervanging van de VUT-regeling. Tijdens de periode van het prépensioen mag de pensioenopbouw voor het gewone ouderdomspensioen worden voortgezet. De regeling voor prépensioen was een tijdelijke regeling.

Reserveringsruimte

De mogelijkheid die je kunt hebben om een bedrag dat je stort voor een lijfrenteverzekering een lijfrentespaarrekening of een lijfrentebeleggingsrecht in aftrek te brengen op jouw inkomen vanwege een pensioentekort dat je in voorgaande jaren hebt opgelopen. De reserveringsruimte is een optelsom van de jaarruimtes die je in de afgelopen 7 jaar niet hebt gebruikt.

Tijdelijk nabestaandenpensioen

Verzamelnaam voor weduwen-, weduwnaars- en partnerpensioen. Dit is pensioen dat tijdelijk wordt uitgekeerd aan een weduwe, weduwnaar of ongehuwde partner van de overleden deelnemer aan een pensioenregeling, meestal tot het 65e levensjaar.

Toeslagverlening (ook Indexatie)

Het van tijd tot tijd aanpassen van het opgebouwde pensioen of het ingegane pensioen aan de algemene stijging van de lonen en/of consumentenprijzen. Op die manier wordt er voor gezorgd dat met de ‘pensioen-euro’ van nu straks evenveel kan worden besteed.

UPO

Uniform Pensioen Overzicht. Ook wel pensioenbrief of pensioenoverzicht genoemd.

Verevening pensioenrechten bij echtscheiding

Verdeling van het tijdens je huwelijk opgebouwde ouderdomspensioen in geval van scheiding. De ex-partner krijgt, tenzij je samen iets anders afspreekt, de helft van het ouderpensioen dat je tijdens het huwelijk hebt opgebouwd.

Waardeoverdracht

Je kunt je ‘oude’ pensioen meenemen naar je nieuwe pensioenuitvoerder. Dat heet ‘waardeoverdracht’. Hoe weet je wat in jouw situatie het beste is? Je vraagt de pensioenuitvoerder van je nieuwe werkgever wat je voor je ‘oude’ pensioen krijgt. Anders gezegd: je nieuwe pensioenuitvoerder vertaalt het door jou meegenomen pensioen in een aantal opbouwjaren volgens de nieuwe pensioenregeling. Waardeoverdracht kan een goed middel zijn tegen pensioenbreuk.  Let op: pensioenfondsen zullen niet meewerken aan waardeoverdracht als de financiële toestand van het fonds dat niet toelaat. Dan komen er geen overdrachten meer binnen en gaan er ook geen overdrachten meer uit. Zodra het fonds niet meer in de financiële problemen zit, krijg je bericht en kun je alsnog de waarde overdragen.

Weduwen- en weduwnaarspensioen

Zie nabestaandenpensioen.

Wezenpensioen

Uitkering die na het overlijden van een deelnemer aan een pensioenregeling –tot een bepaalde leeftijd– wordt uitgekeerd aan de kinderen van de betrokkene.

© 2017 - Alle rechten voorbehouden - Comminz, Helder over later