
RVU-regeling 2026: nieuwe voorwaarden, fiscale gevolgen en praktische betekenis voor de praktijk
Veranderingen in de RVU regeling vanaf 2026
De Regeling voor Vervroegde Uittreding blijft bestaan, maar vanaf 1 januari 2026 verandert de manier waarop werkgevers en werknemers er gebruik van kunnen maken. De overheid wil dat de RVU gerichter wordt ingezet, vooral voor werknemers met zwaar werk. Ruimhartige en brede vertrekregelingen worden daardoor kostbaarder en minder vanzelfsprekend.
In dit artikel zetten we de belangrijkste wijzigingen overzichtelijk op een rij en staan we stil bij de gevolgen voor werkgevers en medewerkers.
Wat was de RVU ook alweer?
De RVU maakt het mogelijk om eerder te stoppen met werken, tot maximaal drie jaar vóór de AOW-leeftijd. In die periode ontvangt de werknemer een overbruggingsuitkering. De werkgever betaalt hierover geen extra RVU-heffing, zolang de uitkering binnen de fiscale drempelvrijstelling blijft.
Het ging tot nu toe vaak om collectieve regelingen die in cao’s of sectorafspraken zijn vastgelegd. Ook individuele regelingen kwamen voor. De tijdelijke, verruimde RVU regeling liep tot eind 2025. Vanaf 2026 geldt een structurele regeling met andere voorwaarden.
Wat blijft hetzelfde?
Ook in de nieuwe situatie blijven een aantal uitgangspunten ongewijzigd:
• een werknemer kan maximaal drie jaar vóór de AOW-leeftijd gebruikmaken van de RVU
• de RVU blijft in de kern een collectieve regeling die in een cao of sectorafspraak wordt vastgelegd
• de fiscale drempelvrijstelling voor werkgevers blijft bestaan en wordt structureel
• bestaande RVU afspraken die vóór 31 december 2025 zijn gemaakt, mogen in de jaren daarna nog worden uitgevoerd
De grootste verandering is dat de RVU vanaf 2026 veel gerichter wordt ingezet.
1. Alleen nog voor ‘zwaar werk’
De RVU wordt nadrukkelijk bedoeld voor werknemers met zwaar werk. Het gaat dan bijvoorbeeld om:
• fysiek zwaar werk
• mentaal of psychisch belastend werk
• onregelmatige diensten, nacht- of ploegendiensten
• werk met hoge omgevingsbelasting, zoals geluid, trillingen of hitte
Welke functies hieronder vallen, wordt niet landelijk vastgelegd maar per sector bepaald en opgenomen in cao’s. Met ondersteuning van TNO worden functies beschreven en afgebakend. De praktijk wordt hierdoor meer maatwerk, maar ook strakker begrensd.
2. Cao-afspraken zijn verplicht
Nieuwe RVU regelingen moeten vanaf 2026 expliciet in cao’s worden vastgelegd. Daarbij moet duidelijk zijn:
• welke functies als zwaar werk worden aangemerkt
• welke objectieve criteria hiervoor gelden
• voor welke doelgroep de regeling precies bedoeld is
Individuele vertrekregelingen zonder cao-kader worden hierdoor sterk ingeperkt. In alle gevallen moet het gaan om werknemers met een zwaar beroep, waarbij de zwaardere belasting aantoonbaar is op basis van objectieve criteria.
Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid monitort de RVU afspraken. Let op dat deze monitoring alleen betrekking heeft op cao-regelingen, en dus niet op arbeidsvoorwaardenregelingen of individuele afspraken.
3. Overgangsregeling tot en met 2028
Er komt een duidelijke knip in de tijd:
• RVU afspraken die uiterlijk 31 december 2025 zijn gemaakt, vallen onder het huidige, ruimere regime. Deze afspraken kunnen nog worden uitgevoerd tot en met 2028.
• Nieuwe afspraken na 1 januari 2026 vallen onder de nieuwe, strengere regels voor zwaar werk.
Voor werkgevers betekent dit dat zij goed moeten inventariseren welke afspraken al zijn gemaakt en welke regelingen nog ontwikkeld worden.
4. Fiscale wijzigingen voor werkgevers
De drempelvrijstelling blijft ook na 2025 bestaan, maar wordt sterker gekoppeld aan zwaar werk. De belangrijkste fiscale punten:
• de vrijgestelde RVU uitkering wordt € 2.357 bruto per maand
• de fiscale regels schrijven niet voor hoe de uitbetaling eruit moet zien: dat kan maandelijks, maar ook als een eenmalig bedrag
• cao’s kunnen ervoor kiezen om voor werknemers met een laag inkomen of weinig aanvullend pensioen € 300 bruto per maand extra toe te kennen, bovenop de drempelvrijstelling
Gaat een werknemer eerder dan drie jaar voor de AOW-leeftijd uit dienst of ligt de uitkering hoger dan de drempelvrijstelling, dan betaalt de werkgever over dat deel RVU-heffing. Het tarief van deze heffing loopt stapsgewijs op:
• 57,7 % in 2026
• 64 % in 2027
• 65 % vanaf 2028
Ruimhartige vertrekregelingen buiten de drempelvrijstelling worden hierdoor aanmerkelijk duurder.
Wat betekent dit voor vervroegde pensionering?
Met de versobering van de RVU regeling stuurt de overheid sterk aan op gezond doorwerken tot de pensioendatum. De ruimte om oudere medewerkers met brede vertrekregelingen te laten uitstromen wordt kleiner en kostbaarder.
Dat maakt het nog belangrijker dat medewerkers tijdig nadenken over de laatste fase van hun loopbaan en de mogelijkheden om eventueel eerder te stoppen met werken. Financieel inzicht speelt daarbij een centrale rol. Wat is er nodig als iemand een of twee jaar eerder wil stoppen? Welke combinaties zijn mogelijk met deeltijdpensioen of minder werken?
Hoe kan Comminz ondersteunen?
Met onze workshop Financieel Fit naar je Pensioen stimuleren wij medewerkers om zelfstandig aan de slag te gaan met hun financiële toekomst. In deze interactieve sessie bespreken we:
• de actualiteiten rondom pensioen
• de mogelijkheden van minder werken en/of vervroegd stoppen met werken
• de financiële gevolgen van verschillende keuzes
• de rol van de RVU als onderdeel van de totale inkomensplanning
Voor medewerkers die verdere verdieping willen, bieden wij het Persoonlijk Financieel Inzichtgesprek. Samen werken we aan een persoonlijk financieel routeboek voor de toekomst. Inzicht in de eigen mogelijkheden geeft medewerkers handelingsperspectief en versterkt de eigen regierol. Daarmee wordt het gesprek over de laatste loopbaanjaren minder spanningsvol en juist constructiever.
“Niet de werkgever die zegt: je wordt ouder, laten we over de toekomst praten. Maar de medewerker die zelf aanklopt en zegt: ik heb het onderzocht, kunnen we praten over mijn toekomst?”
Laatste nieuws
Stel uw vraag aan Comminz
Wilt u weten of wij iets voor u kunnen betekenen? Bel ons op 088 – 43 533 33 of maak gebruik van ons contactformulier.
